De Erfgoedinspectie voert thematische onderzoeken uit. Dat gebeurt op verzoek van de bewindspersoon van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of op eigen initiatief.
Een verkennend onderzoek naar het gebruik van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie als richtsnoer bij het opstellen van Programma's van Eisen, RIA-rapport 1.
Eind 2002 startte de toenmalig Rijksinspectie voor de Archeologie (RIA) een kleinschalig onderzoek naar de kwaliteit van Programma's van Eisen (PVE's) voor archeologisch veldwerk. Daartoe zijn vijftien PVE's voor inventariserend veldonderzoek, opgravingen en begeleidingen bekeken. Hieruit bleek dat de kwaliteit flink tekort schoot. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie nauwelijks werd gevolgd. De verdere resultaten van dit onderzoek vindt u in het rapport Een goed begin...
Naar bovenEen onderzoek naar de kwaliteit van rapporten van archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO), RIA-rapport 2.
n 2005 onderzocht de toenmalig Rijksinspectie voor de archeologie (RIA) de kwaliteit van standaardrapportages van inventariserende veldonderzoeken in 2004. Het onderzoek richtte zich op rapportages van twintig bedrijven, drie gemeentelijke archeologische diensten en de toenmalige Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. (Deze laatste is tegenwoordig de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.) Het onderzoek bracht aan het licht dat geen van de bekeken rapporten voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. De onderzoeksresultaten staan in het rapport IVO op niveau?
Naar bovenEen onderzoek naar de overdracht van archeologische vondstcomplexen aan provinciale depots.
In 2005 heeft de Erfgoedinspectie een onderzoek gedaan naar de overdracht van vondsten aan provinciale depots. Opgravende bedrijven zijn verplicht uiterlijk twee jaar na het beëindigen van een opgraving de vondstcomplexen over te dragen aan een archeologisch depot. Uit ons onderzoek bleek dat de overdracht van vondsten ernstig stagneert. Meer hierover leest u in het rapport Wie wat bewaart, die heeft wat.
Naar bovenEen onderzoek naar de kwaliteit van archeolgische programma's van eisen en van de uitvoering in het veld.
In 2006 heeft de Erfgoedinspectie in samenwerking met de Rijksdienst voor Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een onderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit van archeologisch werk dat wordt uitgevoerd in het kader van de archeologische monumentenzorg. Met betrekking tot de kwaliteit van de PvE's zijn verbeteringen opgetreden in vergelijking met eerdere onderzoeken. Meer hierover kunt u lezen in het rapport: Werk in uitvoering (1): van PvE tot veldwerk.
Naar bovenOnlangs heeft de erfgoedinspectie een grootschalig onderzoek afgesloten naar de kwaliteit van archeologische standaardrapporten, de wettelijk verplichte verslaglegging van de resultaten van archeologisch veldwerk. Zie hier het rapport. Dit zijn rapporten van opgravingen die veelal in opdracht van overheden zijn uitgevoerd en door verstoorders van het bodemarchief (bijv. projectontwikkelaars) zijn bekostigd. De opgravingen zijn uitgevoerd en gerapporteerd door houders van een opgravingsvergunning. De gegevens die verzameld worden tijdens archeologisch onderzoek moeten bijdragen tot het duurzaam behoud van het erfgoed en een basis vormen van nieuw te ontwikkelen wetenschappelijke inzichten. De gegevens moeten daarom ook op wetenschappelijk verantwoorde wijze worden vastgelegd.
Uit het onderzoek blijkt dat ten opzichte van eerdere onderzoeken een verbetering van de kwaliteit van de standaardrapporten zichtbaar is. Ze voldoen meer aan de kwaliteitsnorm en vertonen een betere samenhang tussen de vraagstelling en de uitkomsten van het onderzoek. Niettemin is meer dan een derde (36.5%) van de 85 onderzochte rapporten onvoldoende bevonden. Ze ontberen cruciale onderdelen, zoals de vraagstelling voor het onderzoek, de werkwijze die is toegepast of de relevante resultaten. In het rapport doet de Erfgoedinspectie dan ook aanbevelingen om tot verbeteringen te komen.
Het onderzoek naar de standaardrapporten was het laatste onderdeel in een breder onderzoek dat in 2006 in gang werd gezet en is uitgevoerd in samenwerking met de rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM). Dit brede onderzoek was er op gericht om zicht te krijgen op de kwaliteit van alle onderdelen van het archeologische werk dat wordt uitgevoerd in het kader van de archeologische monumentenzorg. Eerder berichtte de Erfgoedinspectie al over de bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de archeologische werkzaamheden in de opgravingsput en de kwaliteit van de Programma's van Eisen op grond waarvan de veldactiviteiten worden uitgevoerd (zie Werk in uitvoering (1) ).
Naar boven